Van de zomer was ik in Dresden en bezocht daar het Albertinum en de zaal met de schilderijen van Casper David Friedrich. Het was direct nadat ik dagen had gewandeld in de Sächsische Schweiz, een natuurgebied waar Friedrich heeft geschilderd. Gewoonlijk houd ik niet zo van zijn zoet gekleurde luchten en keurig aangeharkte natuur: het doet me denken aan vrome bidprentjes. Maar met de verse herinnering aan de wandeling in het natuurgebied leek het allemaal opeens lang niet zo overdreven zoet en keurig.
In het Albertinum werd mijn aandacht getrokken door een schilderij van de toegangspoort van een kerkhof. Het leek wel alsof daar midden in de grijze boomkruinen een engel te zien was. Alleen was deze niet geschilderd, maar in de verf gedrukt. Ja, het was onmiskenbaar een engel. En zat er daaronder bij de ladder nog een figuur, of misschien wel een paar figuren?
Het museum schrijft op de website dat het werk afkomstig is van de nalatenschap van de Noorse schilder Johan Christian Clausen Dahl, die een goede vriend van Friedrich was. Hij kocht het doek aan direct na het overlijden van de meester.
In de tijd dat Friedrich aan het schilderij werkt, wordt hij ziek. Hij vertrekt naar Rügen om te kuren en moet het schilderij in de steek laten. Uit een brief aan zijn broer kunnen we opmaken dat Friedrich de hand waarmee hij schilderde niet goed meer kon gebruiken en dat dit pas eind 1825 min of meer hersteld was. Alle boeken die ik heb geraadpleegd gaan ervan uit dat het doek onvoltooid is gebleven. Het is ook niet gesigneerd, maar Friedrich ondertekende vaak zijn werk niet, dus dat op zich is geen bewijs dat het werk niet voltooid is.

Caspar David Friedrich: Friedhofseingang 1825 (olieverf op doek, 143x110cm) Dresden, Albertinum. (bron: wikimedia commons)
De vage engel en de bewering dat het schilderij onvoltooid is gebleven maakten dat ik geïnteresseerd werd in de totstandkoming van het werk. Er zijn in ieder geval twee mensen die het in het atelier hebben gezien en daar verslag van doen. De tekenaar Carl August Böttiger zag het in 1825. Door zijn verslag weten we dat het besteld is door een Dresdner kunstliefhebber die zojuist een kind had verloren. Maar hij geeft verder geen beschrijving.
De Russische dichter Vasili Zjoekovski vertelt meer wat hij op het doek ziet. Hij bezoekt het atelier van Friedrich in 1826, omdat hij op zoek is naar schilderijen voor zijn eigen collectie en voor die van tsaar Alexander II. De tsaar zal een aantal werken aanschaffen, maar niet de Ingang tot de begraafplaats, maar dat terzijde. Zjoekovski noemt de poort de grens tussen de wereld van de levenden en die van de doden. De ouders staan aan deze zijde en zien een mysterieuze manifestatie: een mistflard boven het graf heeft het gezicht gekregen van een kind dat uit het graf omhoog klimt. En bovenin neemt de mist de vorm aan van een vredesengel met een olijftak. De engel hangt boven het graf. Aldus de dichter. Maar heeft hij het goed gezien?

Vergroting van een deel van het schilderij, iets boven het midden (bron: wikimedia commons)
Zjoekovski beschrijft de weergaves van de figuren als witte lijnen. Als ik naar het doek kijk zie ik hoe de figuren in de verfhuid zijn gedrukt als een watermerk in papier. De gekleurde verf is er eenvoudig weggedrukt. Op de vergroting is de imprint van de engel in de grijze bomen is heel duidelijk. De engel strekt zijn armen uit in de vorm van een boog over het graf van het kind. Het lijkt een beschermend gebaar. Misschien herinnert de vorm aan de regenboog die bij opstanding van doden soms wordt getoond als een verbinding van God met de mensen. Maar een olijftak is niet te zien.
Het is moeilijk te zien wat de figuur eronder voorstelt. Als het een overleden kind is, dan is het in ieder geval niet jong meer, eerder een adolescent. Voor mij is het een zwevende engel die je tot ongeveer zijn middel kunt zien en die de armen vooruit strekt, alsof hij ergens naar reikt. Alleen, hij heeft geen vleugels. Er zijn ook wat witte lijnen rechts van de figuur (gezien vanuit de kijker). Het kunnen andere versies of posities van dezelfde figuur zijn. Maar ik durf het niet met zekerheid te zeggen.

Vergroting van een deel uit het schilderij, middenin even boven de ladder (bron: wikimedia commons)
In mijn zoektocht wat de imprints betekenen en in welke beeldtraditie ik dit schilderij kan plaatsen, stuit ik op de biografie van Friedrich door Nina Amstutz uit 2020. Zij ziet overeenkomsten met de theorie van rotting en verval zoals die door de arts en filosoof Gotthilf Heinrich von Schubert is beschreven in Die Geschichte der Seele, dat verscheen in 1830. Von Schubert noteert hoe een lijk in de aarde fermenteert tot een fosforachtig gas. Een gas dat vervolgens uit de aarde ontsnapt in de atmosfeer. De wetenschapper doet zichtbaar zijn best natuurlijke processen te verenigen met het christelijk geloof in de onsterfelijke ziel.
Volgens Amstutz zijn de figuren in witte lijnen een verbeelding van deze manier om religie en natuurwetenschap te verenigen. Het is waar dat de voorstelling niet op traditionele wijze de laatste dag, de dag des oordeels weergeeft, wanneer de doden uit hun graf opstaan. In zo’n voorstelling wordt gewoonlijk een engel afgebeeld die blaast op een trompet, zoals in de apocalyps in de bijbel beschreven staat. Bovendien zouden daar niet de ouders bij staan te kijken omdat zij op die dag des oordeels zelf ook uit hun graf zouden rijzen. Maar voor een overeenkomst met de beschrijving van Von Schubert zou ik verwachten dat er ook een sliert mist boven het graf zou moeten hangen, zoals de Russische dichter beschrijft. Die heb ik niet gezien. En eigenlijk verwacht ik ook niet dat een schilder refereert aan het verval van het lichaam in een schilderij over de dood van een overleden kind. Zeker niet als dit in opdracht van de ouders wordt geschilderd.
Tja, het schilderij zou niet voltooid zijn. De imprints kunnen bedoeld zijn als schets voor een volgend stadium van het schilderij, het kan ook gewoon een keuze zijn het zo te laten. Ik ken geen andere schilderijen waarin deze techniek is toegepast, maar misschien is het voor Friedrich toch niet zo vreemd. Hij is immers opgeleid als graficus. Voor hem was blinddruk waarschijnlijk gewoon een van de mogelijke artistieke technieken waar hij uit kon kiezen.



Drie bekende meesterwerken van Friedrich van l naar r:
Op de zeilboot, 1818-20 (71×56) St Petersburg, Hermitage
Krijtrotsen op Rügen, 1818 (90,5×71) Winterthur, Kunstmuseum
Wandelaar boven een zee van nevels, 1818 (95×75) Hamburg, Kunstmuseum
Friedrichs oeuvre kenmerkt zich door een stille en melancholische blik. Zijn hoofdrolspelers laten je meekijken naar levensbedreigende ijsschotsen, suizelende dieptes, ruïnes en graven in een verlaten landschap. Ze laten je voelen hoe groot de wereld is en hoe nietig de mens. Ook in het schilderij Ingang tot de begraafplaats worden we uitgenodigd mee te kijken. Dit maal met de ouders die een kind hebben verloren, een kind dat net begraven is. De schep staat nog in de aarde naast het graf. Maar is het schilderij nu bedoeld voor het brede publiek of voor de ouders?
De twee figuren die links voor de pilaar staan vormen voor het brede publiek een mogelijkheid om zich mee te identificeren. Over hun schouder en als het ware door hun ogen bekijken we de begraafplaats en het graf. De hand van de vrouw wijst ons de weg. Voor de ouders zelf lijken deze figuren overbodig. Je zou dus denken dat het doek toch min of meer voor het brede publiek is, maar de tekenaar Böttinger die het atelier van Friedrich heeft bezocht toen het schilderij daar op de ezel stond, denkt te weten dat zij het doek wel hebben besteld. En dan neem ik toch aan dat dat voor henzelf zal zijn geweest.
De voorstelling achter de poort lijkt deze uitleg te ondersteunen. Dat biedt een meer intiem, persoonlijk beeld. Immers, voor een breed publiek zou je verwachten dat Friedrich zijn thema van de ontzagwekkende stilte van de dood zou uitwerken. De weergave van deze begraafplaats en het pas gegraven graf zijn weinig monumentaal, meer een landschapstekening dan een vergezicht vol symboliek en filosofische diepte. Het mist het bovennatuurlijke licht, de uitzonderlijke grootsheid en verlatenheid van de natuur die zijn schilderijen van graven, kruizen en ruïnes een bovennatuurlijke uitdrukking geven.
En dan de engelen. Stel dat de engelen verder in verf zouden zijn uitgewerkt, wordt dat dan niet een beetje too much? Of heb ik nu toch te veel last van mijn bidprentjes aversie? Eigenlijk komen engelen nauwelijks voor op de schilderijen van Friedrich: hij heeft wel eerder engelen geschilderd, maar dat was in een allegorie van een kathedraal in de wolken, en hij verwerkte ze in de gouden lijst om zijn Tetschener Altar. In zijn landschappen komen ze niet voor.
Ons schilderij, dat toch in eerste instantie voor de opdrachtgevers is gemaakt, voor de ouders die een kind hebben verloren, zou minder afstandelijk en abstract kunnen zijn, omdat het in de privé sfeer functioneert. Friedrich heeft zelf twee zussen op jonge leeftijd verloren, zijn moeder verloor hij aan tyfus, en zijn broer verdronk toen hij Caspar David uit het ijs redde. Iemand die zo goed weet wat het is een geliefde te verliezen, kiest er mogelijk voor een troostend beeld te bieden voor de ouders, een visioen van bescherming en opname van de ziel van het kind door engelen. Zelfs al gaat dat tegen zijn gewone keuzes als kunstenaar in.
Maar voor het brede publiek worden engelen ongemakkelijk in de realistische omgeving van het kerkhof, dat door mensen zelfs is herkend als de Trinitatis begraafplaats in Dresden (de begraafplaats waar Friedrich zelf ook ligt begraven). Ze kunnen er alleen zijn als de kijker zich afvraagt of hij zijn ogen wel kan geloven, als ze nauwelijks zichtbaar zijn gemaakt en eigenlijk alleen ontstaan door de afwezigheid van verf: als ze er zijn en niet zijn.
Soms is het goed dat een kunstwerk onvoltooid blijft, alleen dan kunnen de engelen hun onzichtbare werk doen.
Voor wie verder wil lezen:
Nina Amstutz, Caspar David Friedrich: Nature and the Self, Yale University Press 2020. isbn 9780300246162
Florian Illies, Betoverende Stilte: Caspar David Friedrichs reizen door de tijd, uitg. Alfabet 2024. isbn 9789021343105
Voor wie wil wandelen in de voetsporen van Friedrich:
Frank Richter e.a., Wandern mit Caspar David Friedrich: Sächsischer Schweiz, Tharandt & Kriebstein, Sandstein Kommunikation 2024. isbn 9783954988266

Plaats een reactie